Posted on: 08/06/2025 Posted by: admin Comments: 0

Ze kon wennen in elke stad. Ze nam het dorp immers altijd met haar mee. Het was ook niet zozeer dat de steden een andere cultuur hadden, de stad was de cultuur.

Ze had weinig nodig om te wennen. Haar telefoon, haar lip balm, haar notitieblokje, haar pen, haar kauwgum. En niet te vergeten de medallion die ze van haar overgrootmoeder had gekregen.

Het gaf haar een gevoel van controle…de weilanden en het bos omruilen voor beton, voor klinkers…voor drempels. Voor dat stoplicht, en die lantaarn die in een andere kleur afstak dan de rest van de laan.

Ze kon niet anders…waar ze ook kwam…ze eigende het toe als haar stad. De grote broer van het dorp waar ze was opgegroeid. Altijd beschermd, en altijd veilig omringd door rotondes of de dikke palen die de weidegrond omranden,

Zij was het lied van de stad, de reden dar je de muziek kon horen…dwars door de drukte heen.

That City.

Leave a Comment